Welkom
Dichtjes en datjes
Dichtjes en datjes
Dichtjes en datjes
Te relaxed
Dinsdag 15 Maart 2011 18:28 | Geschreven door Folkert Janssens
Aangetrokken door de dageraad Trek ik mijn stoute schoenen aan de wereld lonkt in t ochtendgloren Nieuwe wegen in te slaan De koers geplot, bakens verzet ‘t Getij gekeerd, Even terug naar t warme bed nadat er verse koffie is gezet Waarom ook niet? Een croissantje bij ’t ontbijt Toch ben ik ergens wat vergeten, ‘k ben ineens mijn hondjes kwijt. Reacties (1)
|
Op de korrel
Zondag 30 Januari 2011 09:24 | Geschreven door Folkert Janssens
Mijn oor ligt op het lege strand, De afdruk van mijn schelp tussen al die anderen die niets meer horen. Het ruisen van de eb en vloed, De branding breekt met witte vlokken Sterven in de winter
Vrijdag 22 Januari 2010 23:10 | Geschreven door Folkert Janssens
Besneeuwde schouder, Gebogen onder zware last De laatste rustplaats benaderd met onzeek’re pas De herinnering schrijdt enkel voort Een ander haalt ze op of in Maar geen van allen die hier volgen voelen zich te min De tranen op te nemen die het groen en troost gaan voeden. Woorden helen zelden wonden Wat ziek is moet genezen, Gevoel moet zijn gevoeld. Om als het einde daar is een oprechte traan te laten voor wie ze is bedoeld. Metgezellig
Maandag 25 mei 2009 09:27 | Geschreven door Folkert Janssens
Ga je vandaag met me mee? Het maakt niet uit waarheen, Als er maar niets is te beleven. Dan beleef ik het met jou, dat er niets is dat verstoord, afleidt, er niet hoort. En dan samen in de auto, zwijgend, terug naar huis. Tringgg!
Woensdag 13 mei 2009 09:27 | Geschreven door Folkert Janssens
“Kom, zullen we vandaag eens even onthaasten?’. Vraag ik aan mijn vrouw. Even lijkt ze na te denken over mijn vraag maar dan breekt haar gezicht open in een glimlach. Het onthaasten sloeg namelijk op de stress van vrienden van ons die net terug waren van vakantie aan de Middelandse zee. De hele dag hadden ze in de file gestaan. Hoewel ze van Rome naar Amsterdam in anderhalve dag hadden afgelegd bleek de laatste honderd kilometer te veel. Een ongeval en een kapotte brug leverden maar liefst 12 uur vertraging op en om nu helemaal van Kornwerderzand terug te rijden om het IJsselmeer heen terwijl de brug misschien ieder moment gerepareerd zou kunnen zijn was net te veel van het goede met de haven zo dicht in zicht. Volledig gestressed en kapot van vermoeidheid waren ze uiteindelijk een dag later op de boot gestapt om vervolgens meteen weer aan het werk te kunnen gaan. “Laten we vandaag maar eens een wandelingetje op de Vliehors gaan maken” zei ze in antwoord op mijn vraag en even later stapten we al in de bus van de TCR die ons naar het Posthuys bracht. Een uurtje later liepen we achter de Kroonspolders langs en betraden de Hors en de volmaakte leegte van een landschap waarin buiten ons geen menselijk wezen zichtbaar was. Of ja, toch, heel in de verte kwam er iets op ons af maar het ging te snel om een wandelaar te kunnen zijn. We hadden de gebaande paden verlaten en liepen dolend over de onmetelijke zandvlakte en de gestalte in de verte naderde langzaam. Het was iemand op een mountainbike. Dat moest wel zo zijn want met een gewone fiets zou je nog geen meter af kunnen leggen in de vlakte die voor het grootste gedeelte uit stuifzand bestond. Boven Texel dreef een donkere wolk en we besloten om maar niet te lang op de Hors te blijven, er kon wel een onweersbui in zitten en nadat we nog even om ons heen hadden gekeken keerden we op onze schreden terug. Onze sporen stonden als een wegwijzer in de verder kale vlakte en we maakten er een spelletje van om elke voetstap precies in de afdruk van de vorige op de heenweg te zetten. Achter ons hoorden we het gehijg van de kennelijk uitgeputte fietser en toen we omkeken hoe ver hij nog van ons was verwijderd klonk tegelijk de bel. “Mag ik wel even passeren?” vroeg de fietser. Heel even keken we elkaar verbijsterd aan. Het duurde niet zo heel lang of de fietser verdween uit onze ogen. De bel klonk nog wel heel lang na, zelfs toen we eenmaal weer thuis waren. Sprakeloos
Vrijdag 24 Oktober 2008 18:29 | Geschreven door Folkert Janssens
Hetzelfde als gisteren
Vrijdag 24 Oktober 2008 17:58 | Geschreven door Folkert Janssens
"Doet u mij maar hetzelfde als gisteren". De grijsaard keek de barkeepster aan in de hoop dat zij ook degene was die hem gisteren had bediend. Sinds een paar jaar kon hij mensen niet meer onthouden en vond hij het sowieso al lastig om met nieuwe mensen kennis te maken. Zijn hoofd functioneerde nog volop en alles van vroeger zat er nog wel maar de laatste maanden merkte hij dat het steeds moeilijker werd om nieuwe indrukken op te slaan. De barkeepster zette een oude jenever voor de man neer en vroeg aan de man naast hem of hij ook iets bliefde. “Een jonkie voor mij alstublieft”. De mannen kwamen al veertig jaar elke dag samen in dit cafeetje en in de afgelopen jaren hadden ze hier al van alles besproken. Over wat hun bezighield, wat anderen bezielde en vooral om zo nu en dan eens ongegeneerd hun grieven te ventileren over hoe de wereld in rap tempo aan het veranderen was. Niet beseffend dat het juist zijzelf waren die de tand des tijds niet konden ontlopen en stil bleven staan in hun ontwikkeling terwijl ze vroeger altijd voorop liepen. Nee, Henk en Arie bleven een beetje hangen in de jaren zeventig. Vertellen konden ze allebei wel heel goed. Soms als het een iets minder drukke avond was in het café dan kwamen ze tot groot genoegen van de badgasten goed op dreef. Verhalen over hoe er ineens midden in de winter mensen met arrensleden vanuit Friesland de Waddenzee waren overgestoken, over de spectaculaire reddingen aan het begin van de twintigste eeuw en over het functioneren van oud-burgemeesters. Dat de mannen helemaal niet oud genoeg waren om alles te kunnen hebben meegemaakt deerde de gasten niet en de mannetjes gingen zo op in hun verhalen dat ze er zelf in geloofden. Nog niet zo lang geleden was Peter er ook nog bij. Met zijn 87 jaren nog het meest monter van allemaal en hij had ook dat beetje zelfspot en die typische eilandhumor zodat hij zonder twijfel de toon van de gesprekken en verhalen zette. Eilanders en badgasten kwamen dikwijls alleen maar voor de verhalen van hun drieën naar de kroeg en hadden dan tot in de kleine uurtjes de avond van hun leven. De muziek ging dan heel zacht, De sigarenrook kringelde omhoog en langzaam vulde dan het monotone gebrom van die mannetjes de gelagkamer. Als het heel spannend werd kon je er letterlijk een speld horen vallen. Alleen het gerinkel van de glazen verbrak de geladen stilte dan en soms maakte Peter dan een opmerking zodat iedereen ineens bevrijdend in de lach schoot. Later toen het rookverbod in de horeca-gelegenheden van kracht werd ging het drietal buiten zitten op het terras en werd het nog gezelliger. De met miljoenen sterren versierde nachtelijke hemel vormde met het lichtende bord van de Heineken-reclame een ideale achtergrond voor de verhalen uit vervlogen tijden. Toen de eerste winter van het rookverbod zijn intrede deed en de terrasverwarming de kou niet meer kon verdrijven uit de stramme botten van de grijsaards werd Peter bevangen door wat in de eerste instantie een eenvoudig griepje leek. Niet gehinderd door het gekuch bleven de mensen aandachtig luisteren naar de vertellingen op het terras en nog steeds was het stil tussen de verhalen door. Mensen gingen na afloop van hun avondje uit gezellig napratend naar hun huizen terug en terwijl hier en daar de lichten uitgingen hoorde je in de verte nog een rochelende en kuchende Peter door de straten schuifelen, op weg naar zijn eigen kamertje in het bejaardenhuis. Na een maand bleek de eenvoudige griep een zware longontsteking en Peter was er ’s avonds niet meer bij. Hij mocht niet meer buiten komen van de dokter en langzaam werd het stil op het terras. De mannen die zonder Peter hun verhalen niet zo smeuïg meer vertelden als voorheen verplaatsten zich weer naar de warme binnenkant van het café en allengs werden ze stiller. De verhalen kwamen minder vaak voorbij en soms zaten ze, nog steeds tot vermaak van de badgasten, alleen maar af te geven op de maatschappij. Ze maakten zich grote zorgen over Peter en dat bleek geheel terecht. Het was ongeveer in februari dat ze ‘s avonds aan de bar het bericht kregen van zijn overlijden. “Doet u mij maar hetzelfde als gisteren”. Alsof dat zou kunnen…….. |





